Blog

Controle brandwerende schermen

Geplaatst op maart 07, 2013

Brandschermen

Algemeen

Een brandscherm, of ook wel brandwerend rolscherm genoemd, is een relatief nieuw product dat zijn toepassing vindt in alle vormen van niet-woongebouwen, zoals logiesgebouwen, kantoorgebouwen, verzorgingshuizen, scholen, enz. als ook in industriële gebouwen. Het is een oprolbare, brandwerende afsluiting, die is vervaardigd van een brandwerend, technisch textiel en werkt volgens hetzelfde principe als een brandwerend rolluik. Aan beide zijden loopt het textiel in een zijgeleiding. 

Functie

In de regel zijn brandschermen, in tegenstelling tot branddeuren, alleen geschikt om te sluiten bij brandsignalering. Als gebruiksdeur voor het afsluiten van openingen of als vluchtdeur zijn ze niet geschikt.

Eisen en documenten. Alle uitvoeringen dienen te voldoen aan de eisen, genoemd in het Bouwbesluit en dienen te worden getoetst aan de NEN 6069 en aan de nieuwe Europese norm NEN EN 1634-1. Of het toegepaste brandscherm daadwerkelijk aan deze eisen voldoet, moet door de producent/leverancier worden aangetoond door afgifte van één van de volgende documenten: 

  • Een testrapport of Samenvatting van Onderzoek van een uitgevoerde brandtest door een bij de Raad van Accreditatie daartoe bevoegd instituut of laboratorium (voor Nederland is dit in de praktijk een TNO/Efectisrapport).
  • Een gelijkwaardigheidverklaring, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie als hierboven genoemd (waaronder SKG).

In Nederland worden de maximale afmetingen van een getest brandscherm bepaald door de afmetingen van de beschikbare testovens. Tot heden hebben deze een bruto testafmeting

 

 van ca. 400 cm breed en 350 cm hoog. In de praktijk worden veelal brandwerende rolschermen verlangd van een grotere afmeting in hoogte, in breedte of in beide. Zowel voor grotere afmetingen als voor mutaties dient door de producent/leverancier van het betreffende brandscherm te allen tijde een gelijkwaardigheidverklaring te worden afgegeven, verstrekt door een van bovengenoemde, daartoe bevoegde instantie als TNO/Efectis, SKG etc. De afwijking in maatvoering of uitvoering ten opzichte van de basistest of attest moet daarin duidelijk vermeld staan.

 

 

Controlepunten voor brandschermen

Omdat de werking van een brandscherm en de besturing overeenkomt met die van een brandwerend rolluik, verwijzen wij hierbij naar de ‘controlepunten voor een brandwerende industriële deur’. Daarnaast moet controle plaatsvinden op mogelijke beschadiging van het textiel en op voldoende dekking van het textiel in de zijgeleiding en afdichting aan de bovenzijde, conform de testspecificaties.

 

Controlepunten voor een brandwerende industriële deur:

1 Is op de deur goed zichtbaar een identificatie aangebracht, die overeenstemt met het bijbehorende testrapport of met het KOMO-attest zodat de juiste brandwerendheid achterhaald kan worden?

2 Is de geldigheidsduur van het rapport of attest niet overschreden op het moment van montage?

3 Zijn de deurafmetingen niet groter dan de maximale maten van het testrapport of van het attest? Is dat wel het geval; is er dan een gelijkwaardigheidverklaring?

4 Is de deur gemonteerd overeenkomstig het attest, de brandtest of de in de gelijkwaardigheidverklaring opgenomen aanvullende eisen? (bijvoorbeeld bredere geleiders)

5 Zijn er aan de deur tijdens installatie of nadien wijzigingen aangebracht, die afwijken van de geattesteerde of geteste uitvoering, bijvoorbeeld door het weglaten van onderdelen of het toevoegen van onderdelen en is daar dan een gelijkwaardigheidverklaring van aanwezig? 

6 Zelfsluitend in geval van brandsignalering; sluit de deur daadwerkelijk indien een rookmelder, temperatuurmelder wordt aangesproken of indien een commando van een brandmeldcentrale (BMC) wordt afgegeven? Is er in geval van een brandsituatie te allen tijde voeding aanwezig door in werking treden van een noodstroomaggregaat om op signaal te sluiten of moet de deur bij het afvallen van de voeding zelfstandig, met gecontroleerde snelheid, sluiten, zowel horizontaal als verticaal (fail-safe functie)? Functioneren alle brandsignaleringselementen naar behoren (rookmelders, temperatuurmelders, BMC, etc)?

7 Is een volledige sluiting van de deur als gevolg van een brandsignalering gewaarborgd en wordt de deur bij het sluiten niet belemmerd door obstakel(s)? Bijvoorbeeld een keg onder een schuifdeur, een bezemsteel in de zijgeleiding van een rolluik of een aangereden/dichtgereden zijgeleiding. 

8 Controleer de opschuimende strippen op aanwezigheid en compleetheid.

9 Hoe is de kwaliteit van de montage? Zijn de juiste bevestigingsmiddelen gebruikt en zijn de aansluitingen met het montagevlak voldoende afgedicht?

10 Hoe is de kwaliteit van de wand waaraan de deur is bevestigd? Is deze voldoende brandwerend en stabiel? In geval van montage op staal; is het staalwerk brandwerend omkleed?

11 Wordt de deur regelmatig getest en wordt er professioneel onderhoud op de deur uitgevoerd om de bedrijfszekerheid in geval van brand te verhogen?

 

Bron: NBVR BBN publicatie “ De essentiële bouwkundige controlepunten”  

 

 

Recente artikelen